CRvB 19 maart 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:669

Bij brief van 3 juni 2016 is aan de Svb te kennen gegeven dat het ouderdomspensioen van betrokkene op de budgetbeheerrekening moest worden gestort. Met dat verzoek was betaling op de ING-rekening van betrokkene op grond van artikel 4:89 van de Awb uitgesloten. Door het ouderdomspensioen toch te betalen op de ING-rekening van betrokkene heeft de Svb in strijd gehandeld met genoemde bepaling. Dit is niet in geschil. De vraag is of er door de Svb desondanks bevrijdend is betaald op die bankrekening van betrokkene. De rechtbank is er ten onrechte van uitgegaan dat de ING-rekening van betrokkene geblokkeerd was in verband met een op haar van toepassing zijnde schuldsaneringsregeling. Ook anderszins is niet door betrokkene aangetoond dat de ING-rekening was geblokkeerd voor te ontvangen betalingen. Dat betekent dat de betaling van het ouderdomspensioen over de maand juni 2016 op de door betrokkene rechtsgeldig uitgesloten bankrekening in dit geval toch als nakoming van de verbintenis tot betaling van een geldsom moet worden aangemerkt. Dit leidt tot het oordeel dat de Svb betrokkene daarmee bevrijdend heeft betaald. Dat betekent dat de Svb de maand juni 2016 niet nogmaals hoeft uit te betalen. Het hoger beroep slaagt. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd en het beroep dient ongegrond te worden verklaard.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken