CRvB 24 maart 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:667

Appellant heeft op 19 april 2017 een WIA-uitkering aangevraagd ter zake van de volgens hem in 2006 ingetreden arbeidsongeschiktheid. Deze aanvraag is daarom laattijdig. De rechtbank wordt gevolgd in het oordeel dat sprake is van een zorgvuldig medisch onderzoek door de verzekeringsarts bezwaar en beroep en dat geen aanleiding bestaat om te twijfelen aan de beoordeling en de conclusie van de verzekeringsarts bezwaar en beroep. De overwegingen die aan het oordeel van de rechtbank ten grondslag liggen worden geheel onderschreven. Geconcludeerd wordt dat appellant niet met medisch objectiveerbare stukken aannemelijk heeft gemaakt dat hij in 2006 de wachttijd voor de Wet WIA van 104 weken heeft doorlopen. Geen reden om een onafhankelijk deskundige te benoemen. Uit voorgaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd. Gelet hierop bestaat geen aanleiding voor een veroordeling tot vergoeding van wettelijke rente, zodat het verzoek daartoe dient te worden afgewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken