CRvB 17 maart 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:634

Bestreden besluit 2 wordt mede in de beoordeling betrokken. De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat het rapport van de door appellant ingeschakelde verzekeringsarts Van der Eijk geen grond biedt voor verdergaande beperkingen, behalve een urenbeperking. Er zijn geen medische gegevens in geding gebracht die tot een ander oordeel leiden. Nu het Uwv bij bestreden besluit 2 het oordeel van de rechtbank over de beperkingen van appellant heeft gevolgd, wordt geoordeeld dat bestreden besluit 2 op een juiste medische grondslag berust. Voorts wordt geoordeeld dat de op 11 juli 2018 geselecteerde voorbeeldfuncties in medisch opzicht voor appellant geschikt zijn en dat de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant per 23 juni 2015 minder dan 35% is. Appellant wordt niet gevolgd in het standpunt dat ten onrechte als datum voor beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid wordt uitgegaan van de datum einde wachttijd, 23 juni 2015, en dat moet worden uitgegaan van de datum van beëindiging van de WIA-uitkering per 5 september 2016. De door appellant genoemde uitspraak van 1 november 2017 leidt niet tot een ander oordeel. Ook de uitspraak van 23 januari 2019, waarop appellant een beroep heeft gedaan, kan hem niet baten. Op grond van het voorgaande is daarom sprake van een beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant per einde van de wachttijd op 23 juni 2015, zoals het Uwv terecht heeft gesteld, en was het Uwv bevoegd om in het kader van een arbeidskundige beoordeling per die datum functies bij te duiden. De redelijke termijn is met ruim 13 maanden overschreden door de bestuursrechter. Aanleiding bestaat om de Staat te veroordelen in de proceskosten van appellant in verband met het gehonoreerde verzoek om schadevergoeding.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken