CRvB 17 maart 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:596
In gezamenlijk overleg hebben de verzekeringsarts bezwaar en beroep en de arbeidskundige bezwaar en beroep geconcludeerd dat als de beperking in de duurbelastbaarheid is opgeheven, er voorts geen belemmeringen meer zijn met betrekking tot de basale werknemersvaardigheden. Als uitgangspunt geldt dat de bestuursrechter het oordeel van een onafhankelijke, door hem ingeschakelde deskundige kan volgen indien de door deze deskundige gebezigde motivering hem overtuigend voorkomt. Het rapport van de deskundige geeft blijk van een zorgvuldig onderzoek, is inzichtelijk en consistent gemotiveerd en komt de Raad overtuigend voor. Uit het verslag volgt dat er nog behandelperspectief bestaat en dat het Uwv daarom terecht heeft geconcludeerd dat het ontbreken van arbeidsvermogen op de datum in geding nog niet een duurzaam karakter heeft en dat om die reden appellant niet in aanmerking komt voor een Wajonguitkering. Pas met het rapport van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van 14 november 2019 is een volledige onderbouwing gegeven voor de conclusie dat de rechtsgevolgen van het al bij de aangevallen uitspraak vernietigde bestreden besluit in stand kunnen blijven. Dit gebrek zal met toepassing van artikel 6:22 van de Awb worden gepasseerd, omdat aannemelijk is dat belanghebbenden daardoor niet zijn benadeeld. Ook als het gebrek zich niet zou hebben voorgedaan, zou een besluit van gelijke strekking zijn genomen. De aangevallen uitspraak zal daarom worden bevestigd met verbetering van de gronden. Nu van voor vergoeding in aanmerking komende kosten niet is gebleken, bestaat in de toepassing van artikel 6:22 van de Awb geen aanleiding het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellant in hoger beroep.
De uitspraak op rechtspraak.nl