CRvB 13 januari 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:58

Wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd is grotendeels een herhaling van de in beroep aangevoerde gronden. De rechtbank heeft wat in beroep is aangevoerd, en in hoger beroep is herhaald, in de aangevallen uitspraak besproken en gemotiveerd waarom die gronden niet leiden tot vernietiging van het bestreden besluit. De Raad onderschrijft op hoofdlijnen de overwegingen die tot het oordeel in de aangevallen uitspraak hebben geleid. In artikel 11.5, tweede lid, van de Wsf 2000 heeft de wetgever het begrip toetsingsinkomen uitdrukkelijk uitgezonderd van de toepassing van de hardheidsclausule. Dat betekent dat het de minister bij de vaststelling van de draagkracht van de debiteur uit inkomen niet vrij staat uit te gaan van een andere berekeningsmaatstaf dan het toetsingsinkomen. Het laat ook geen andere conclusie toe dan dat indien het toetsingsinkomen (nog) niet bekend is, het de minister niet vrij staat uit te gaan van een ander bedrag dan het bedrag dat het vast te stellen toetsingsinkomen benadert. Persoonlijke omstandigheden die hebben bijgedragen aan de hoogte van de studieschuld zijn niet van betekenis voor de vaststelling van de terugbetalingsverplichting gedurende de aflosfase. Het hoger beroep slaagt niet, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken