CRvB 10 maart 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:533

Berekening in aanmerking te nemen inkomen. Extra periode salaris (EPS). In de uitspraak van 6 juni 2019 heeft de Raad overwogen dat het Uwv kon worden gevolgd in het standpunt dat in dit geval toepassing kon worden gegeven aan artikel 4:1, achtste lid, van het AIB, waarbij voor VT en EPS wordt uitgegaan van de per tijdvak opgebouwde bedragen, in plaats van de uitbetaalde bedragen. In wat appellant heeft aangevoerd bestaat geen aanleiding om thans anders te oordelen. Ook in onderhavig geding is, zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, de omstandigheid dat aan appellant een lager bedrag aan EPS is uitbetaald het gevolg van de keuze die appellant heeft gemaakt om dat bestanddeel in te zetten voor een ander doel. Appellant heeft voor het ingezette bedrag extra reiskostenvergoeding ontvangen en heeft daarmee het ingezette inkomensbestanddeel genoten. Dat de berekeningswijze van het Uwv leidt tot ongerechtvaardigde verschillen tussen gevallen waarin het reguliere salaris of reguliere vakantiegeld wordt ingezet voor de aanschaf van extra vakantie-uren en de gevallen waarin het EPS wordt ingezet, is niet gebleken. Appellant heeft deze stelling niet onderbouwd. Het Uwv heeft op goede gronden niet de gegevens uit de polisadministratie maar uit de loonstrook van appellant gebruikt. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken