CRvB 5 maart 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:473
1) Bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. De Raad voorziet zelf en verklaart de bezwaren tegen de beide dienstopdrachten ongegrond. Niet kan worden gezegd dat de werkzaamheden niet in redelijkheid aan appellante hadden mogen worden opgedragen. 2) Ontslag berust op goede gronden. Net als de rechtbank kan de Raad de minister volgen in zijn conclusie dat er geen basis meer was voor een verdere vruchtbare samenwerking.
De uitspraak op rechtspraak.nl