CRvB 25 februari 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:416
Schending inlichtingenplicht. Strafbeschikking. Medeplichtigheid. Er bestaat onvoldoende grondslag voor de herziening van de ZW-uitkering over de periode 23 november 2015 tot en met 7 februari 2016. Zowel het bedrag van de terugvordering als het bedrag van de boete moeten worden verlaagd. Er is immers geen grond voor verlaging van de ZW-uitkering over die periode terwijl de schending van de inlichtingenverplichting niet eerder is aangevangen dan op 8 februari 2016. De rechtbank heeft dit niet onderkend. Vernietiging uitspraak. Beroep gegrond. Vernietiging besluit voor zover het ziet op de herziening, terugvordering van de ZW-uitkering over de periode 23 november 2015 tot en met 7 februari 2016 en voor zover over die periode een boete is opgelegd. Het primaire herzieningsbesluit van de ZW-uitkering zal gedeeltelijk worden herroepen en de hoogte van het bedrag dat moet worden teruggevorderd zal worden vastgesteld op € 4.673,69. Het bedrag van de boete zal met toepassing van artikel 8:72a van de Algemene wet bestuursrecht worden vastgesteld op € 250,-.
De uitspraak op rechtspraak.nl