CRvB 23 februari 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:396
De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat het Uwv terecht het gehele invorderingsbedrag bij appellant heeft ingevorderd. De toeslag is betaald aan appellant. Het terugvorderingsbesluit is aan appellant gericht en staat in rechte vast. Dat uit de echtscheidingsbeslissing blijkt dat appellant met zijn ex-partner heeft afgesproken dat zij beiden aansprakelijk zijn voor schulden aan het Uwv, maakt niet dat het Uwv bij de ex-partner kan invorderen. Deze afspraak geldt uitsluitend tussen appellant en zijn ex-partner en betreft een privaatrechtelijke rechtsverhouding tussen appellant en zijn ex-echtgenote waar het Uwv geen partij in is. Appellant zal zelf de helft van het in te vorderen bedrag op zijn ex-partner dienen te verhalen. De overwegingen leiden tot de conclusie dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
De uitspraak op rechtspraak.nl