CRvB 7 januari 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:36
Wat appellante in hoger beroep heeft aangevoerd, is in essentie een herhaling van de gronden die in beroep zijn aangevoerd. Het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen over de mogelijkheden en beperkingen van appellante worden geheel onderschreven. Appellante heeft noch in beroep, noch in hoger beroep medische gegevens overgelegd waaruit blijkt dat het Uwv voor appellante op de datum in geding meer beperkingen had moeten vaststellen. De Raad ziet geen aanknopingspunten om te oordelen dat de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid van appellante niet juist heeft plaatsgevonden. In aanvulling daarop oordeelt de Raad dat – anders dan appellante ter zitting van de Raad heeft betoogd – uit de omschrijvingen van de functies niet naar voren komt, ook niet van de functie van administratief medewerker, dat sprake is van een zodanige vorm van communicatie, dat appellante in verband met haar doofheid de functies niet zou kunnen vervullen. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.
De uitspraak op rechtspraak.nl