CRvB 16 februari 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:338
De rechtbank heeft met juistheid geoordeeld dat het Uwv zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het niet mogelijk was vast te stellen of betrokkene als gevolg van ziekte of gebrek recht had op ziekengeld. Het standpunt van betrokkene in hoger beroep dat zij op psychische gronden niet in staat is geweest om de hoorzitting te bezoeken, vindt geen bevestiging in de aanwezige medische informatie. Zoals de rechtbank verder terecht heeft geoordeeld ziet de brief van Trivium Plus van 20 april 2017 op een ander beoordelingskader, waarbij van belang is dat ook uit deze informatie niet valt op te maken dat betrokkene op psychische gronden niet in staat was om de hoorzitting bij te wonen. Ten slotte is gebleken dat betrokkene wel in staat is geweest om te verschijnen op een hoorzitting op 2 januari 2017 op het kantoor van het Uwv in Heerlen. Hieruit volgt dat betrokkene er niet in is geslaagd om aannemelijk te maken dat zij op medische gronden niet in staat is geweest om de hoorzitting van 20 januari 2017 bij te wonen. Dit betekent dat het Uwv op goede gronden de aanspraken op ziekengeld van betrokkene per 18 oktober 2016 buiten beschouwing heeft gelaten. Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
De uitspraak op rechtspraak.nl