CRvB 9 december 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:3091
De gronden die appellant in hoger beroep heeft aangevoerd zijn een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd. Met de rechtbank wordt geoordeeld dat het medisch onderzoek door de verzekeringsarts bezwaar en beroep zorgvuldig is geweest en dat er geen aanleiding bestaat om te twijfelen aan de juistheid van zijn conclusie. De rechtbank heeft de beroepsgronden van appellant afdoende besproken en met juistheid geoordeeld dat de desbetreffende gronden niet slagen. Het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen, zoals uitvoerig weergegeven in de overwegingen 11 tot en met 23 van de aangevallen uitspraak, worden geheel onderschreven. De door appellant ter zitting gegeven nadere toelichting op deze gronden bevat geen aanknopingspunten om tot een ander oordeel te komen dan de rechtbank heeft gedaan. Nu appellant ook in hoger beroep geen (nadere) medische gegevens heeft overgelegd die zijn standpunt ondersteunen dat ook op andere beoordelingspunten op de datum in geding (30 april 2018) zijn beperkingen zijn onderschat, bestaat er geen aanleiding om het oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep voor onjuist te houden. Het voorgaande betekent dat de rechtbank ook wordt gevolgd in haar oordeel dat het Uwv, zoals weergegeven in de overwegingen 24 tot en met 32 van de aangevallen uitspraak, voldoende heeft gemotiveerd dat de aan de beoordeling ten grondslag gelegde functies in medisch opzicht geschikt zijn voor appellant. De overwegingen leiden tot de conclusie dat het hoger beroep niet slaagt en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
De uitspraak op rechtspraak.nl