CRvB 23 november 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:2939
Intrekking en terugvordering van bijstand. Hennepkwekerij. Het nemo tenetur beginsel staat niet in de weg staat aan de verplichting voor een bijstandsgerechtigde om informatie te verschaffen ten behoeve van vaststelling van de rechtmatigheid van de bijstand. De inlichtingenverplichting is voor het college een noodzakelijk instrument om de rechtmatigheid van de uitkering te kunnen vaststellen. Deze verplichting is verbonden aan het recht op bijstand en staat los van het verstrekken van informatie die van belang is voor een strafrechtelijk onderzoek. Voor de intrekking en terugvordering van bijstand geldt dat voor zover de betrokkene verplicht is om inlichtingen te verstrekken ter vaststelling van de rechtmatigheid van de uitkering, hij zich hieraan niet kan onttrekken met een beroep op de door hem ingeroepen waarborgen van het EVRM. Die waarborgen kan hij inroepen in procedures waarin hem bestraffende sancties kunnen worden opgelegd en dan betogen dat het bewijs dat door nakoming van de inlichtingenverplichting is verkregen niet tegen hem mag worden gebruikt. Aan appellant is ook een boete opgelegd wegens schending van de inlichtingenverplichting. Dit is een bestraffende sanctie. Daarvoor gelden de genoemde waarborgen wel. Als appellant de hennepkwekerij tijdig aan het college zou hebben gemeld, zoals hij op grond van artikel 17, eerste lid, van de PW verplicht was onverwijld en uit eigen beweging te doen, dan zou hij de inlichtingenverplichting niet hebben geschonden. Dan zou hem ook geen boete kunnen worden opgelegd wegens het niet nakomen van die inlichtingenverplichting. Appellant kan dus geen belastende verklaring tegen zichzelf afleggen over de schending van de spontane inlichtingenverplichting indien en doordat hij die tijdig nakomt. In die zin is er dus geen sprake van schending van het nemo teneturbeginsel. Volgens de rechtspraak van het EHRM valt overigens de enkele sanctiedreiging wegens het niet voldoen aan de wettelijke inlichtingenverplichting als zodanig niet binnen de werkingssfeer van artikel 6 van het EVRM.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 15 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:849
- EHRM 16 juni 2015, ECLI:CE:ECHR:2015:0616DEC000078414
- HR 12 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ3640
- CRvB 9 oktober 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX9977
- CRvB 26 januari 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BH1009
- HR 6 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD3163
- EHRM 8 april 2004, ECLI:CE:ECHR:2004:0408JUD003854497
- EHRM 8 april 2003, ECLI:CE:ECHR:2003:0408DEC001388102
- EHRM 5 november 2002, ECLI:CE:ECHR:2002:1105JUD004853999
- EHRM 10 september 2002, ECLI:CE:ECHR:2002:0910DEC007657401
- HR 27 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2314
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2021:84