CRvB 8 oktober 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:2517
Met het bestreden besluit is door de korpschef een nieuwe beslissing op bezwaar genomen. De korpschef heeft vervolgens bij besluit van 12 juni 2020 erkend dat hij niet tijdig een nieuwe beslissing op bezwaar heeft genomen en heeft appellant de maximale dwangsom toegekend en betaald. De korpschef heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat voor appellant, ware hij nog in dienst geweest, een passende functie beschikbaar was. De vertrekstimuleringspremie is daarom op goede gronden geweigerd. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen, omdat geen sprake is van een onrechtmatig besluit als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, aanhef en onder a, van de Awb.
De uitspraak op rechtspraak.nl