CRvB 31 augustus 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:2198

Afwijzing aanvraag voor bijzondere bijstand voor een schuld. Begrip 'zeer dringende redenen' a.b.i. artikel 49, in artikel 49, aanhef en onder b, van de PW heeft niet dezelfde betekenis als dat begrip a.b.i. in artikel 16, eerste lid, van de PW. In geschil is de afwijzing van de aanvraag voor bijzondere bijstand ter aflossing van een schuld. Aan de verlening van de door appellante verzochte bijzondere bijstand stond artikel 13, eerste lid, aanhef en onder g, van de PW in de weg. Artikel 49, aanhef en onder b, van de PW biedt in dat geval de mogelijkheid om toch bijzondere bijstand te verlenen, indien daartoe zeer dringende redenen bestaan en de in onderdeel a van artikel 49 van de PW genoemde mogelijkheid geen uitkomst biedt. Van zeer dringende redenen in vorengenoemde zin is sprake als een betrokkene schulden heeft die hem of haar bedreigen in de voorziening in het bestaan. Het begrip 'zeer dringende redenen' a.b.i. artikel 49, in artikel 49, aanhef en onder b, van de PW heeft niet dezelfde betekenis als dat begrip a.b.i. in artikel 16, eerste lid, van de PW. Zeer dringende redenen in de zin van artikel 49, aanhef en onder b, van de PW kan ook bestaan zonder dat zich een acute noodsituatie voordoet. In dit geval is geen sprake van geen sprake van zeer dringende redenen a.b.i. artikel 49, aanhef en onder b, van de PW. Appellante heeft niet aannemelijk gemaakt dat de schuld haar in haar bestaansvoorziening bedreigde.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde uitspraken