CRvB 26 augustus 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:2143

Boete. Ontbreken van verwijt. De Raad volgt de rechtbank in haar oordeel dat appellante de op haar rustende inlichtingenverplichting heeft geschonden door niet te melden dat zij werkzaamheden heeft verricht en daarmee inkomsten heeft verworven, zodat het Uwv verplicht was tot herziening van de uitkering over te gaan. De gronden waarop het oordeel van de rechtbank berust, worden onderschreven. Het is daarbij niet relevant of al dan niet sprake is van opzet of verwijtbaarheid. Nu appellante de inlichtingenplicht heeft geschonden, was het Uwv gehouden om de uitkering met terugwerkende kracht te herzien en terug te vorderen. De Raad ziet ook overigens in wat appellante heeft aangevoerd geen aanleiding het terugvorderingsbedrag voor onjuist te houden. Met de rechtbank wordt geoordeeld dat er geen dringende redenen zijn op grond waarvan het Uwv van herziening en/of terugvordering had moeten afzien. Uit de overwegingen volgt dat het Uwv heeft aangetoond dat appellante de op haar rustende inlichtingenverplichting heeft geschonden door het Uwv niet te melden dat zij werkzaamheden heeft verricht. De Raad is van oordeel dat, alle relevante feiten en omstandigheden van onderhavig geval in aanmerking genomen, appellante niet kan worden verweten dat zij geen melding heeft gemaakt van haar werkzaamheden. De rol van [BV] , in combinatie met de persoonlijke en medische omstandigheden van appellante, die door het Uwv uitdrukkelijk zijn erkend, maken dat appellante in dit geval geen verwijt kan worden gemaakt. Bij het ontbreken van enige verwijtbaarheid had het Uwv moeten afzien van het opleggen van een boete. De rechtbank heeft dit niet onderkend, zodat de aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. Het hoger beroep slaagt voor zover de boete aan appellante is opgelegd. De aangevallen uitspraak zal in zoverre worden vernietigd. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen, zal de Raad het beroep gegrond verklaren en het bestreden besluit, voor zover het ziet op de boete, vernietigen wegens strijd met de wet. Het boetebesluit van 26 juli 2019 zal worden herroepen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken