CRvB 26 augustus 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:2139

Laattijdige aanvraag. Wat appellante in hoger beroep heeft aangevoerd is voor een groot deel een herhaling van de gronden die zij in bezwaar en in beroep bij de rechtbank heeft ingediend en vormt geen aanleiding om anders te oordelen dan de rechtbank heeft gedaan. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak terecht geoordeeld dat er geen aanleiding bestaat voor twijfel aan de juistheid van de conclusies van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en arbeidsdeskundige bezwaar en beroep dat appellante beschikt over arbeidsvermogen. De gronden waarop het oordeel van de rechtbank berust, worden onderschreven. Wat appellante in hoger beroep heeft aangevoerd, leidt niet tot een ander oordeel. Appellante wordt daarom geacht in staat te zijn gedurende een uur aangesloten te kunnen werken. In hoger beroep heeft appellante geen medische stukken overgelegd die aan dit standpunt doen twijfelen. De rechtbank heeft terecht het standpunt van het Uwv gevolgd dat appellante op de datum waarop zij haar aanvraag indiende arbeidsvermogen heeft en dus niet in aanmerking komt voor een Wajong-uitkering. Ook volgt de Raad de rechtbank in haar oordeel dat het Uwv met juistheid heeft vastgesteld dat appellante de drempelfunctie receptionist-telefonist kan vervullen, waarmee zij geacht wordt het minimumloon te kunnen verdienen en zodoende niet in aanmerking komt voor een Indicatie banenafspraak. De rechtbank heeft de beroepsgronden van appellante, die in hoger beroep zijn herhaald, afdoende besproken en overtuigend gemotiveerd waarom deze niet slagen. Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken