CRvB 25 augustus 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:2121
Aanvraag voor compensatie op grond van de Tijdelijke regeling compensatie zelfstandigen, beroepsbeoefenaren en meewerkende echtgenoten bevallen in het tijdvak 7 mei 2005 tot 4 juni 2008 (Tijdelijke Regeling) terecht afgewezen. Het Uwv heeft deze aanvraag op 19 oktober 2018 ontvangen. Aan dit besluit heeft het Uwv ten grondslag gelegd dat appellante de aanvraag te laat heeft ingediend. De compensatie moest uiterlijk 30 september 2018 zijn aangevraagd. De slotsom is dat er geen grond is om te oordelen dat de regelgever niet in redelijkheid tot de aanvraagtermijn van 15 mei 2018 tot en met 30 september 2018 heeft kunnen besluiten. Er bestaat geen aanleiding om artikel 7, tweede lid, van de Tijdelijke Regeling als zodanig verbindende kracht te ontzeggen. De Tijdelijke Regeling biedt een voldoende deugdelijke grondslag voor het bestreden besluit.
De uitspraak op rechtspraak.nl