CRvB 12 augustus 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:2054
De commandant had voldoende grond om appellant te schorsen. Voor een schorsing is alleen vereist dat er voldoende grond is voor het ontslagvoornemen. En die was er. Geen beroep op het gelijkheidsbeginsel en het verbod van willekeur. De straf van ontslag is niet onevenredig gelet op de aard en de ernst van het wangedrag. Appellant heeft er willens en wetens voor gezorgd dat de staatssecretaris hem gedurende een langere periode een tegemoetkoming in onder meer de reiskosten heeft verstrekt waar hij geen recht op had. De Raad is van oordeel dat er geen grond is voor de gevraagde schadevergoeding, nu de schorsing op goede gronden is opgelegd en het ontslag van appellant in stand kan blijven en er dus geen sprake is van onrechtmatige besluiten.
De uitspraak op rechtspraak.nl