CRvB 5 augustus 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1972
Maatman juist vastgesteld. Bij de vaststelling van het recht op uitkering is het maatmaninkomen van appellante op juiste wijze vastgesteld. Gelet op artikel 8, tweede lid, van het Schattingsbesluit wordt bij een herziening van de uitkering voor wat betreft het maatmaninkomen geen rekening gehouden met na de eerste vaststelling feitelijk opgetreden wijzigingen in het maatmaninkomen, maar wordt volstaan met een indexering op de wijze zoals in dat artikellid is bepaald. Het Uwv heeft er terecht op gewezen dat dit kan meebrengen dat in de loop der tijd het geïndexeerde maatmaninkomen enerzijds en de feitelijke verdiensten uit de gerealiseerde restverdiencapaciteit anderzijds geen gelijke tred meer met elkaar houden. Dit maakt echter niet dat het Uwv geen toepassing mocht geven aan de dwingendrechtelijke bepaling van artikel 8, tweede lid, van het Schattingsbesluit.
De uitspraak op rechtspraak.nl