CRvB 27 januari 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:190
Volgens vaste rechtspraak van de Raad (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 9 februari 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:1167) is tot uitdrukking gebracht dat de functieselectie, zo nodig met verdiscontering van de reductiefactor, resulteert in een zo groot mogelijke resterende verdiencapaciteit per uur. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft de rangschikking van de functies, die voor appellante geschikt geacht worden, in zijn rapport van 2 mei 2019 dan ook zo bepaald dat de drie functies waarin appellante per uur het meeste kan verdienen, de schatting dragen. De niet nader onderbouwde stelling dat deze wijze van functieselectie in strijd is met het Schattingsbesluit, wordt niet gevolgd. De functie van samensteller kunststof en rubberproducten is terecht geschikt geacht voor appellante. Zonder de functies van inkoper, boekhouder/kassier en secretarieel medewerker bedraagt de mate van arbeidsongeschiktheid nog steeds minder dan 35%, zodat het Uwv terecht heeft bepaald dat appellante per 28 juni 2018 geen recht meer heeft op een WIA-uitkering. Omdat in hoger beroep de arbeidskundige grondslag is aangepast en het besluit daardoor pas in hoger beroep is voorzien van een toereikende arbeidskundige onderbouwing, wordt geoordeeld dat het bestreden besluit niet deugdelijk is gemotiveerd en in strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is genomen. Er is aanleiding dit gebrek te passeren. Het hoger beroep van appellante slaagt dus niet en de aangevallen uitspraak zal worden bevestigd met verbetering van gronden. Er bestaat aanleiding om het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellante.
De uitspraak op rechtspraak.nl