CRvB 29 juni 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1737
Afwijzing aanvraag. Verblijfstatus. Werknemer of werkzoekende in de zin van de Richtlijn 2004/38 EG. In dit geval is geen sprake van louter marginale en bijkomstige werkzaamheden, maar kan de conclusie worden getrokken dat appellante reële en daadwerkelijke arbeid heeft verricht. Anders dan het college in navolging van de staatssecretaris heeft gesteld, kan appellante in de te beoordelen periode dan ook worden beschouwd als werknemer in de zin van artikel 45 van het VWEU en artikel 7 van de Richtlijn. Dit betekent dat appellante op grond van de artikelen 20 en 45 van het VWEU en artikel 7 van de Richtlijn een verblijfsrecht toekomt. Dit heeft tot gevolg dat de aanvraag van appellanten om bijstand naar de norm voor gehuwden niet kan worden afgewezen op de grond dat appellante niet behoort tot de kring van rechthebbenden als bedoeld in artikel 11, eerste en tweede lid, van de PW.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 25 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2502
- CRvB 22 mei 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1750
- CRvB 15 mei 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1704
- CRvB 7 maart 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:2978
- CRvB 7 maart 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:809
- CRvB 26 januari 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BH1009
- HvJ EU, ECLI:EU:C:1986:223
- HvJ EU, ECLI:EU:C:1986:284
- HvJ EU, ECLI:EU:C:1992:87
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2003:600
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2009:344
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2010:57
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2013:97
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2015:643