CRvB 14 juli 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1725
Verzoek om toeslag te verhogen terecht afgewezen. Voor het standpunt van appellant dat de TW ruimte biedt om hem een hogere toeslag toe te kennen dan door het Uwv is berekend, bestaat geen grond. Het in artikel 2 en 8 van de TW vermelde normbedrag is, hoewel dat niet met zoveel woorden in de TW staat, een brutobedrag waarover loonheffing moet worden afgedragen, zoals dat ook bij andere uitkeringen het geval is. Het gaat om een in de wet neergelegd normbedrag waarvan, zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, het Uwv niet mag afwijken. De juistheid van de inhouding van loonheffing over de toeslag en de gevolgen daarvan voor het netto bedrag aan uitkering dat appellant ontvangt, staan in deze procedure niet ter beoordeling, nu daarin alleen de toepassing van de TW door het Uwv beoordeeld kan worden. Uitgaande van de in artikel 2 en 8 van de TW vermelde bruto bedragen is de berekening van de toeslag van € 2,68 bruto per dag juist.
De uitspraak op rechtspraak.nl