CRvB 14 juli 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1705

WW-, ZW- en WIA-uitkering terecht ingetrokken en teruggevorderd. Geen sprake is geweest van een privaatrechtelijke dienstbetrekking tussen appellante en [BV]. Appellante kan worden gevolgd in haar standpunt dat het rechtstreeks opvragen van de bankafschriften bij haar bank in het kader van het onderzoek een inbreuk vormt op het recht op respect voor het privéleven als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Het buiten medeweten van appellante rechtstreeks opvragen van de bankafschriften bij de bank, zonder dat zij in de gelegenheid is gesteld vrijwillig die gegevens over te leggen, is – mede gelet op het bepaalde in artikel 5:13 van de Algemene wet bestuursrecht – in dit geval in strijd te achten met het subsidiariteitsbeginsel en dient om die reden te leiden tot bewijsuitsluiting van de bankgegevens (zie de uitspraak van de Raad van 11 oktober 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:3205).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken