CRvB 27 januari 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:162
Terecht ZW-uitkering geheel en blijvend geweigerd, omdat appellante onnodig een beroep op de ZW doet. Appellante heeft door haar gedrag een benadelingshandeling gepleegd. Het dienstverband van appellante is beëindigd door het doen en laten van appellante. Het oordeel van de rechtbank dat appellante door haar gedragingen, zoals uitgebreid weergegeven in de beschikking van het hof van 31 juli 2018, een benadelingshandeling heeft gepleegd, wordt onderschreven. De gedragingen van appellante zijn aanleiding geweest om het dienstverband op verzoek van de werkgeefster wegens verwijtbaar handelen met onmiddellijke ingang te ontbinden zonder toekenning van enige ontslagvergoeding. De Raad voegt daaraan toe dat de beroepsgronden die zien op de vraag of appellante volledig arbeidsongeschikt was en of zij door het verrichten van werkzaamheden haar genezing heeft belemmerd, aan het voorgaande niet kunnen afdoen, omdat de omstandigheden waarop die beroepsgronden betrekking hebben niet aan het bestreden besluit ten grondslag liggen.
De uitspraak op rechtspraak.nl