CRvB 23 juni 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1609
De te beoordelen periode loopt in dit geval van 9 mei 2018 tot 6 februari 2019. Anders dan appellant stelt heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat de medische adviezen van de GGD zorgvuldig tot stand zijn gekomen en dat het college zich hierop heeft mogen baseren. Appellant wordt redelijkerwijs in staat geacht om zelfstandig 100 meter aan één stuk te lopen. Hij gebruikt bij het lopen als hulpmiddel een kruk rechts en de geschatte loopafstand bedraagt meer dan 125 meter. De medische adviezen zijn voldoende inzichtelijk gemotiveerd en in het aanvullend medisch advies van 25 januari 2019 heeft de medisch adviseur uiteengezet waarom de door appellant overgelegde medische stukken niet leiden tot een ander standpunt. De Raad ziet evenals de rechtbank geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de GGD-arts de medische situatie van appellant heeft onderschat. Appellant kan niet worden gevolgd in wat hij heeft aangevoerd over de overweging van de rechtbank dat de informatie van de behandelend artsen niet afkomstig is van een onafhankelijk arts die ervaring heeft met het beoordelen van de medische (on)geschiktheid van patiënten om wel of niet aan de voorwaarden uit de Regeling te voldoen. Onder verwijzing naar de uitspraak van de Raad van 30 juni 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2226, heeft appellant verzocht alsnog een onafhankelijk deskundige te benoemen. Deze beroepsgrond slaagt niet. Gelet op wat is overwogen slaagt het hoger beroep niet en komt de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking.
De uitspraak op rechtspraak.nl