CRvB 19 januari 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:157
Toekenning bijstand als geldlening. Vermogensvaststelling. Peildatum Het college heeft bij de vermogensvaststelling terecht geen rekening heeft gehouden met de na de aanvraag gevestigde hypotheek, omdat voor die vaststelling de vermogenssituatie op de datum van de aanvraag om bijstand bepalend is. Artikel 50, tweede lid, van de PW biedt geen aanknopingspunten voor de stelling dat bij de bepaling van het bedrag van de bijstand in de vorm van een geldlening niet alleen rekening moet worden gehouden met het in aanmerking te nemen vermogen gebonden in de door haar bewoonde en in eigendom toebehorende woning, maar ook met het negatieve saldo van haar overige vermogen, namelijk de schuld van (maximaal) € 20.000,- aan haar ex-partner.
De uitspraak op rechtspraak.nl