CRvB 17 juni 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1469
Anders dan appellant is de Raad met de rechtbank van oordeel dat op grond van artikel 1, tweede lid, van het VKBD een verboden samenloop bestaat tussen aanspraken op grond van het VKBD en het ter uitvoering van het RDBZ vastgestelde DBZV-2007. Blijkens de nota van toelichting is het een bewuste keuze van de regelgever geweest een samenloop van deze regelingen uit te sluiten. Het betoog van appellant dat de toegekende vergoedingen niet zien op dezelfde soort kosten kan niet worden gevolgd. In hoger beroep stelt appellant verder dat artikel 15a van het VBD en artikel 70 DBZV-2007 tegenover elkaar staan en elkaar uitsluiten en dat de rechtbank dit heeft miskend. Want, aldus appellant, defensieambtenaren die geplaatst worden in het buitenland bij buitenlandse zaken hebben geen recht meer op de tegemoetkoming in de meerkosten beginperiode van artikel 15a van het VBD omdat zij recht hebben op de vergoeding op grond van artikel 70 DBZV-2007. Appellant kan hierin niet worden gevolgd. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet. Uit de overwegingen volgt dat het hoger beroep niet slaagt en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
De uitspraak op rechtspraak.nl