CRvB 14 juni 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1392
Definitieve vaststelling en terugvordering BBZ-uitkering. Geen opeisbare schuld. Het college heeft het recht op bijstand van appellant definitief vastgesteld en de als renteloze geldlening verstrekte bijstand over het boekjaar 2015 van appellant teruggevorderd. Appellant heeft geen recht heeft op bijstand om niet, omdat het vermogen van appellant in het boekjaar 2015 hoger was dan de vermogensgrens als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onder b, van het Bbz 2004. Appellant heeft het bestaan van een schuld, waarvan de crediteur de opeisbare betalingsverplichting daadwerkelijk afdwingt niet aannemelijk gemaakt, zodat hier bij de vaststelling van het eigen vermogen terecht geen rekening mee is gehouden.
De uitspraak op rechtspraak.nl