CRvB 20 mei 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1286
Toegewezen wrakingsverzoek. Heropenen onderzoek. Oproep voor comparitie. Niet in gelegenheid stellen om buiten het ter comparitie te bespreken punt, feiten en omstandigheden naar voren te brengen die een ander, voorlopig oordeel van de rechter betreffen. Objectief te rechtvaardigen vrees voor vooringenomenheid. Na de zitting op 19 januari 2021 heeft de Raad geoordeeld dat het onderzoek ten aanzien van de terugvordering van bijstand onvolledig is geweest en heeft daarom het onderzoek heropend. Partijen zijn vervolgens opgeroepen te verschijnen op een op 29 maart 2021 te houden comparitie. In de oproep heeft de Raad vermeld dat hij voor de intrekking van bijstand op de grond dat appellant zijn hoofdverblijf niet heeft gehad op het uitkeringsadres, vooralsnog voldoende onderbouwing ziet maar dat de terugvordering mogelijk beperkt zou kunnen worden. Gelet op deze mededelingen mocht verzoeker ervan uitgaan dat de Raad zich over de vraag waar hij in de te beoordelen periode zijn hoofdverblijf had, nog geen definitief oordeel had gevormd en dat hij, opgeroepen om in persoon ter zitting te verschijnen, hierover nog nadere feiten en omstandigheden naar voren zou kunnen brengen. Hierbij ziet de wrakingskamer er niet aan voorbij dat de comparitiezitting met name - was gericht op het verkennen van mogelijkheden om, in het belang van verzoeker, de terugvordering te beperken. Dit neemt in de gegeven omstandigheden echter niet weg dat de behandelend rechter er zorg voor had moeten dragen dat verzoeker zijn zienswijze over dat voorlopig oordeel en de vraag naar zijn hoofdverblijf ook zelf op die nadere zitting naar voren had kunnen brengen. Gelet op de in reactie van de behandelend rechter, waardoor verzoeker geen enkele mogelijkheid is geboden om informatie en zijn zienswijze over het hoofdverblijf nog te kunnen geven, is de bij verzoeker bestaande vrees voor vooringenomenheid objectief gerechtvaardigd.
De uitspraak op rechtspraak.nl