CRvB 20 mei 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1227

De Svb heeft beleid ontwikkeld voor het terugkomen van besluiten ten nadele van een betrokkene met terugwerkende kracht, waarbij rekening is gehouden met algemene rechtsbeginselen zoals het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel. Niet in geschil is dat betrokkene al zijn verplichtingen is nagekomen. De Raad is echter van oordeel dat het betrokkene redelijkerwijs duidelijk kon zijn dat de Svb bij de vaststelling van de hoogte van de toeslag is uitgegaan van een onjuist inkomen van zijn partner. In de toelichting bij het toekenningsbesluit van 29 oktober 2014 is duidelijk uiteengezet dat de hoogte van de toeslag afhangt van het inkomen van de partner. Daarbij is uitgelegd dat inkomen uit arbeid gedeeltelijk van de maximale toeslag wordt afgetrokken en overige inkomsten helemaal. Dit betekent dat het vermelde beleid er niet aan in de weg stond dat de Svb bij de herziening van de toeslag een volledig terugwerkende kracht toepaste. Toepassing nieuwe gedragslijn Svb in afwachting van nieuw beleid. Dit beleid is eerder niet op bedenkingen van de Raad gestuit. Ter zitting heeft de Svb toegelicht dat in het geval van betrokkene toepassing van deze gedragslijn er niet toe leidt dat de terugwerkende kracht van de herziening moet worden gematigd. In dit geval had het feit dat op het aanvraagformulier bij de vragen naar inkomen van de partner zowel inkomen uit arbeid als pensioen of uitkering waren aangekruist, bij de Svb twijfel moeten oproepen over de vraag of de gegevens uit de basisregistraties wel volledig waren. Herziening met volledig terugwerkende kracht is in dit geval kennelijk onredelijk in de zin van de omschreven vaste gedragslijn. De Raad constateert dat de Svb deze vaste gedragslijn niet consistent heeft toegepast. Aan het bestreden besluit kleeft daarom een gebrek. De Raad acht zich, gelet op de discretionaire ruimte die voor de Svb binnen de gedragslijn bestaat, niet in staat zelf in de zaak te voorzien. De Svb zal daarom opnieuw op het bezwaar moeten beslissen en daarbij de herziening moeten beperken. De door betrokkene aangevoerde argumenten duiden niet op dringende redenen waarom de Svb de herziening meer zou moeten matigen dan is overwogen. Ook van dringende redenen om van terugvordering van het resterende teveel betaalde bedrag af te zien, is niet gebleken. De Raad ziet aanleiding de Svb te veroordelen in de proceskosten van betrokkene in hoger beroep.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken