CRvB 17 mei 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1187
Bij gewijzigd besluit, bestreden besluit 2, heeft het Uwv, na onderzoek van de in hoger beroep door appellant overgelegde gegevens, terecht vastgesteld dat de aanvraag van 2 juni 2016 ertoe strekt dat het Uwv terugkomt van zijn besluit van 24 april 2015. Het Uwv heeft in het bestreden besluit 2 op de aanvraag van 2 juni 2016 beslist met toepassing van artikel 4:6 van de Awb. Geen nieuwe feiten of omstandigheden. Besluit niet evident onjuist. Met toepassing van de duuraansprakenjurisprudentie (uitspraak van de Raad van 14 januari 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1), heeft het Uwv terecht aanleiding gezien het WW-recht uit te betalen vanaf datum aanvraag (2 juni 2016) tot de maximumuitkeringsduur (1 juli 2016). Het Uwv heeft op het WW-recht terecht wekelijks 23,55 uur in mindering gebracht in verband met de door appellant (geschatte) gewerkte uren als zelfstandige.
De uitspraak op rechtspraak.nl