CRvB 16 april 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:975
Vastgesteld moet worden dat zich onder de gedingstukken twee rapporten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 31 januari 2018 bevinden die, waar het betreft de conclusie over de duurzaamheid van de volledige arbeidsongeschiktheid van appellant op 13 oktober 2010, inhoudelijk niet gelijkluidend zijn. Het Uwv heeft op dit punt geen helderheid kunnen verschaffen. Op grond van het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep kan aangenomen worden dat appellant op 13 oktober 2010 als volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is aan te merken. De Raad onderschrijft dit standpunt van het Uwv. Dit betekent dat appellant per 13 oktober 2010 aanspraak kan maken op een Wajong-uitkering in de vorm van inkomensondersteuning tijdens studie of scholing.
De uitspraak op rechtspraak.nl