CRvB 16 april 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:966

Nu de verzekeringsarts in haar rapport van 28 december 2017 heeft geconcludeerd dat het knieletsel van appellant niet uitsluitend en alleen het gevolg is van het ongeval in 2011 en bovendien niet wezenlijk anders is geworden dan het door het ongeval in 2008 al ontstane knieletsel, appellant geen medische stukken heeft ingebracht waaruit het tegendeel blijkt en er ook anderszins geen aanleiding is om niet uit te gaan van de juistheid van de conclusie van de verzekeringsarts, is bij appellant geen sprake van toegenomen invaliditeit. De korpschef hoefde daarom niet over te gaan tot de vaststelling van een uitkeringspercentage als bedoeld in artikel 3 en 5 van de Regeling smartengeld dienstongevallen politie.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen