CRvB 6 maart 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:668
De minister heeft bewezen dat betrokkene in de periode van 24 september 2015 tot en met 12 september 2016 niet woonde op het brp-adres. Voor de periode daarvoor heeft de minister niet aan de op hem rustende bewijslast voldaan. In aanmerking nemend de systematiek van de Wsf 2000 waarin een studiefinancieringstijdvak ten minste één kalendermaand omvat, waarbij de toestand op de eerste dag van de maand bepalend is, ontbreekt een grondslag voor herziening en terugvordering voor de periode van 1 juli 2013 tot 1 oktober 2015. De herziening en terugvordering over de periode vanaf 1 oktober 2015 is rechtmatig. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen, zal de Raad het beroep gegrond verklaren, het bestreden besluit vernietigen voor zover het betreft de herziening en terugvordering over de periode juli 2013 tot 1 oktober 2015 en het besluit van 21 oktober 2016 herroepen voor zover het op die periode betrekking heeft.
De uitspraak op rechtspraak.nl