CRvB 10 januari 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:60
In de afweging die door de Svb gemaakt diende te worden in de toepassing van het 3:4‑beleid heeft de Svb niet kunnen concluderen dat aan zijn eigen fouten bij het ontstaan van de herziening en terugvordering geen gevolgen hoefden te worden verbonden. Alles afwegend had de Svb, zijn beleid consistent toepassend, dienen te besluiten dat de herziening en terugvordering tot de helft beperkt moest worden. Dringende redenen zijn niet gebleken. De nabestaandenuitkering van betrokkene had niet met volledig terugwerkende kracht herzien mogen worden, maar slechts met de helft. Dit houdt tevens in dat het terug te vorderen bedrag ook beperkt dient te worden. Vernietiging uitspraak alsmede bestreden besluit 1. De Svb dient een nieuw besluit te nemen met betrekking tot de herziening en de terugvordering.
De uitspraak op rechtspraak.nl