CRvB 4 maart 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:547
Bij besluit van 12 maart 2018 heeft CAK aan appellante een boete van € 386,49 opgelegd, omdat zij heeft verzuimd binnen drie maanden na de aanmaning een zorgverzekering af te sluiten. Appellante heeft niet voldaan aan de aanmaning van 4 december 2017 om binnen drie maanden een zorgverzekering af te sluiten, zodat CAK gehouden was haar een boete op te leggen. Dat appellante ervoor heeft gekozen geen zorgverzekering af te sluiten omdat zij geen schulden wilde maken, betekent niet dat haar geen verwijt kan worden gemaakt van het feit dat zij zich, nadat zij daartoe was gemaand, niet tijdig tegen ziektekosten heeft verzekerd. Ook in een geval waarin sprake is van het vrijwel ontbreken van draagkracht, is het toch geboden een boete op te leggen. Het beroep van appellante op het gelijkheidsbeginsel treft geen doel. De door appellante genoemde ‘gratie’ ziet op de situatie waarin CAK bij wanbetalers afziet van de invordering van het openstaande saldo van de eindafrekening bestuursrechtelijke premie. De Raad volgt appellante niet in haar standpunt dat CAK niet bevoegd was om het bestreden besluit te nemen omdat CAK niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar tegen het besluit van 12 maart 2018.
De uitspraak op rechtspraak.nl