CRvB 19 februari 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:388

Voor zover het verzoek van betrokkene van 7 juni 2017 door de minister is opgevat als een aanvraag om draagkrachtvaststelling met terugwerkende kracht over de jaren 2013 tot en met 2016 heeft de minister de afwijzing van die aanvraag terecht gehandhaafd bij het bestreden besluit gelet op het dwingendrechtelijke artikel 10a.7 van de Wsf 2000. Gelet op de motivering in het bestreden besluit kan naar het oordeel van de Raad het bestreden besluit niet anders worden begrepen dan dat de minister het verzoek van betrokkene van 7 juni 2017 tevens heeft opgevat als een verzoek om terug te komen van de onder 1.1 vermelde besluiten, welk verzoek is afgewezen omdat de termijn niet is vastgesteld op basis van een inkomen. De aan het verzoek van betrokkene van 7 juni 2017 ten grondslag liggende definitieve fiscale inkomensgegevens over de jaren 2011 tot en met 2014 tasten de rechtmatigheid van de besluiten waarbij de wettelijke termijn is vastgesteld niet aan.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen