CRvB 20 februari 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:386

Met een besluit van 4 april 2016 heeft de Svb betrokkene laten weten dat hij vanaf april 2016 voorlopig minder AOW ontvangt, omdat onduidelijk is of betrokkene als alleenstaande kan worden aangemerkt. Bij het bestreden besluit heeft de Svb het bezwaar tegen het besluit van 4 april 2016 ongegrond verklaard. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit wegens het ontbreken van procesbelang niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat betrokkene sinds oktober 2016 weer een volledig AOW-pensioen ontvangt en dat over de periode van april 2016 tot en met september 2016 een nabetaling heeft plaatsgevonden. Bij de Svb kon op het moment dat het schorsingsbesluit werd genomen, het vermoeden bestaan dat betrokkene slechts recht had op een gehuwdenpensioen. Er bestond geen reden om de Svb te veroordelen tot betaling van proceskosten- en griffierechtvergoeding.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken