CRvB 19 februari 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:363
Wat appellante in hoger beroep heeft aangevoerd is een herhaling van wat zij bij de rechtbank naar voren heeft gebracht. De overwegingen van de rechtbank over de medische grondslag van het bestreden besluit worden onderschreven. Daaraan wordt nog toegevoegd dat de grond dat de psychische situatie van appellante op de datum in geding dermate ernstig was dat tot volledige arbeidsongeschiktheid moet worden besloten, niet slaagt. Uitgaande van de juistheid van de FML wordt de rechtbank gevolgd in haar oordeel dat voldoende is gemotiveerd dat de geselecteerde functies in medisch opzicht voor appellante geschikt zijn. Er is gelet op hetgeen in hoger beroep is aangevoerd geen aanleiding het standpunt van de verzekeringsarts bezwaar en beroep, dat minimaal één van de in het kader van de WIA-beoordeling geduide functies per de datum hier in geding voor appellante geschikt is, onjuist te achten. Het Uwv heeft appellante terecht met ingang van 21 september 2016 een ZW-uitkering heeft geweigerd.
De uitspraak op rechtspraak.nl