CRvB 22 december 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:3515

Omdat appellant het hoofdverblijf heeft bij X, met haar gehuwd is geweest, en zij de moeder van zijn kinderen is, is sprake van een onweerlegbaar rechtsvermoeden dat zij een gezamenlijke huishouding voeren. Dat de kinderen meerderjarig zijn, doet daaraan niet af. Of sprake is van wederzijdse zorg is niet van belang. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet, nu de vermeende toezeggingen afkomstig zijn van een ander bestuursorgaan. Er is geen procesbelang bij de gedeeltelijke schorsing, nu de intrekking in stand blijft.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken