CRvB 19 februari 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:351
Appellante was voorafgaand aan het eerste kwartaal van 2015 niet verzekerd, zodat van “verzekerd blijven” in de zin van artikel 8 van het BUB geen sprake kan zijn. Na haar vertrek uit Nederland heeft zij langdurig op Curaçao gewoond met haar gezin. Hierdoor is de voorheen bestaande band van persoonlijke aard tussen appellante en Nederland in ieder geval op enig moment vóór het eerste kwartaal van 2015 verbroken. Die band is gedurende het verblijf van appellante op Curaçao niet hersteld. Na de terugkeer van appellante eind februari 2016 heeft zij in eerste instantie gewoond bij familie en per 13 april 2016 in de noodopvang. Haar kinderen gingen vanaf eind maart 2016 naar school. Gelet op alle feiten en omstandigheden was er naar het oordeel van de Raad ook op de peildatum van het tweede kwartaal van 2016 (nog) geen sprake van een duurzame band van persoonlijke aard met Nederland.
De uitspraak op rechtspraak.nl