CRvB 15 december 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:3375
Intrekking en terugvordering bijstand. Het geschil beperkt zich tot de vraag of de volgens appellante aanwezige schulden betrokken hadden moeten worden bij het bepalen van de vermogensoverschrijding. In het geval van appellante is de vermogenstoeval, de schenking van € 5.000,- op 30 december 2015, verminderd met de actuele vermogensruimte van € 814,- de vermogensoverschrijding. Het college heeft op goede gronden vastgesteld dat het vrij te laten vermogen met € 4.186,- is overschreden. Het college hoefde bij de vaststelling van de vermogensoverschrijding geen rekening te houden met de volgens appellante aanwezige schulden. Het actuele vermogen speelt bij het vaststellen van de vermogensoverschrijding immers geen rol.
De uitspraak op rechtspraak.nl