CRvB 8 januari 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:32
Appellant heeft gegevens verstrekt over een briefadres en een (ander) correspondentieadres, maar hij heeft niet duidelijk en concreet geantwoord op de diverse keren door de Svb gestelde vragen omtrent de reden van een briefadres en, met name, zijn feitelijke verblijfplaats. Appellant heeft gesteld duidelijkheid over zijn woonsituatie te hebben gegeven in een brief, gedateerd mei 2016. Deze brief is echter niet door de Svb ontvangen. In het midden blijft of in deze brief wel de gevraagde duidelijkheid is gegeven. Appellant niet gevolgd worden in zijn stelling dat de wettelijke basis in de besluiten ontbreekt voor de gedeeltelijke schorsing van het AOW-pensioen. Rechtbank heeft het beroep terecht ongegrond verklaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl