CRvB 26 november 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:3086
In hoger beroep ligt de vraag voor of betrokkenen functievolgers zijn voor de functie van Docent B dan wel voor de functie van Operationeel Begeleider B. De Raad stelt vast dat de oorspronkelijke functie, de LFNP-functie van Docent B, terugkomt in de nieuwe organisatie. Omdat het bij de functievergelijking gaat om de formele LFNP-functies, doen de eerdere en huidige feitelijke werkzaamheden van betrokkenen noch hun wijze van functioneren daarbij ter zake. Dit betekent dat betrokkenen volgens het Besluit in beginsel functievolgers zijn voor de functie van Docent B. Voor plaatsing in de functie van Operationeel Begeleider B dient de ambtenaar volgens het Besluit te voldoen aan de functie-eisen (o.a. politie-diploma). Dat aan plaatsing in de aan de afdeling OBT toegevoegde, nieuwe functie van Operationeel Begeleider B de voorwaarde wordt verbonden dat een medewerker aan de bij die functie behorende functie-eisen voldoet, kan niet voor onjuist worden gehouden. Niet in geschil is dat betrokkenen niet beschikken over een politiediploma. De Raad volgt de korpschef in zijn standpunt dat betrokkenen met de door hen gevolgde opleidingen en hun werkervaring niet aan de functie-eisen van Operationeel Begeleider B voldoen. Geen sprake van bijzondere omstandigheden, op grond waarvan toepassing van de hardheidsclausule aangewezen was. Het hoger beroep slaagt. De aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen, zal de Raad de beroepen tegen de bestreden besluiten ongegrond verklaren.
De uitspraak op rechtspraak.nl