CRvB 26 november 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:3055

Vast staat dat de oorspronkelijke functie van appellant als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de Regeling landelijk sociaal statuut (Regeling LSS) de functie van Docent B is, de LFNP-functie waarin hij op 1 juli 2016 is geplaatst. Deze functie vormt het vertrekpunt bij de functievergelijking. De Raad stelt vervolgens vast dat de oorspronkelijke functie, de LFNP-functie van Docent B, terugkomt in de nieuwe organisatie. Omdat het bij de functievergelijking gaat om de formele LFNP-functies, doen de eerdere en huidige feitelijke werkzaamheden van appellant noch zijn wijze van functioneren daarbij ter zake. Dit betekent dat appellant volgens het Besluit in beginsel functievolger is voor de functie van Docent B. Voor plaatsing in de functie van Operationeel Begeleider B dient de ambtenaar volgens het Besluit te voldoen aan de functie-eisen (o.a. politie-diploma). Dat aan plaatsing in de aan de afdeling [afdeling] toegevoegde, nieuwe functie van Operationeel Begeleider B de voorwaarde wordt verbonden dat een medewerker aan de bij die functie behorende functie-eisen voldoet, kan niet voor onjuist worden gehouden. De Raad stelt vervolgens op grond van het verhandelde ter zitting vast dat appellant beschikt over een politiediploma van de zogenaamde POPS/VAP opleiding (primaire opleiding politie surveillant/vrijwillig ambtenaar van politie), niveau 2. Uit de Conversietabel blijkt dat een politieambtenaar met dit politiediploma ‘oude stijl’ in aanmerking kan komen voor een functie op niveau 4 bij vier jaar werkervaring op functieschaal 8. Appellant heeft meer dan vier jaar werkervaring op (zelfs) een hogere functieschaal, te weten schaal 9. De korpschef heeft ter zitting van de Raad opgemerkt dat hij vooralsnog aanneemt dat het om algemene executieve werkervaring moet gaan. De korpschef kon ter zitting geen uitsluitsel geven over een mogelijke gelijkstelling van het diploma en de werkervaring van appellant met het vereiste niveau voor de functie van Operationeel Begeleider B. Conclusie is dan dat het bestreden besluit niet op een deugdelijke motivering berust. De korpschef zal alsnog moeten onderzoeken of appellant op grond van zijn diploma en werkervaring kon worden geplaatst in de functie van Operationeel Begeleider B. Wat hiervoor is overwogen, heeft de rechtbank niet onderkend. Dit betekent dat het hoger beroep slaagt. De aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. De korpschef dient opnieuw op het bezwaar te beslissen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen