CRvB 19 november 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:2882
De minister heeft in redelijkheid tot zijn oordeel kunnen komen dat betrokkene niet aan de redelijkerwijs te stellen eisen en verwachtingen heeft voldaan. De minister heeft op goede gronden besloten de tijdelijke aanstelling/detachering van betrokkene tussentijds te beëindigen. De Raad is tot het oordeel gekomen dat de minister op grond van het vermoeden van integriteitschending en het functioneren van betrokkene heeft kunnen concluderen dat het vertrouwen in het functioneren van betrokkene zozeer is geschaad dat betrokkene niet voldeed aan in redelijkheid te stellen eisen en/of verwachtingen en evenmin voor het einde van de tijdelijke aanstelling daaraan zou voldoen.
De uitspraak op rechtspraak.nl