CRvB 17 november 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:2869
Terugvordering van naderhand verkregen middelen (erfenis) op grond van artikel 58, tweede lid, aanhef en onder f, ten eerste, van de PW. Het tijdstip van overlijden van de erflater, 28 april 2015 is het tijdstip waarop de aanspraak op het erfdeel ontstaat. Appellante ontving op dat moment bijstand, zodat de peildatum 28 april 2015 is. Dat de bijstand van appellante nadien is geëindigd en vervolgens, na verloop van meer dan 30 dagen, opnieuw is toegekend leidt niet tot een andere conclusie. Het staat het college niet vrij om bij het besluit tot terugvordering van bijstand op deze grond te kiezen voor een andere benaderingswijze. De beroepsgrond dat het college bij de berekening van het terug te vorderen bedrag had moeten uitgaan van de meest actuele vermogensvaststelling, zijnde het vermogen dat bij de bijstandsverlening met ingang van 2 juli 2016 is vastgesteld, slaagt dus niet.
De uitspraak op rechtspraak.nl