CRvB 29 oktober 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:2662

De Raad schaart zich achter het oordeel van de rechtbank in de aangevallen uitspraak dat geen sprake is van arbeidsongeschiktheid in en door de dienst. Hij neemt de overwegingen die daaraan ten grondslag zijn gelegd over en maakt deze tot de zijne. Ook in hoger beroep stelt appellant dat met de wijze waarop het college een disciplinaire bestraffing heeft willen doordrukken de buitensporigheid is gegeven. Dit betoog slaagt niet. Voorts stelt appellant dat ook de situatie na de disciplinaire bestraffing als buitensporig moet worden gekwalificeerd. De signalen van appellant dat hij zich onveilig voelde zijn niet adequaat opgepakt. Ook dit betoog slaagt niet. Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde uitspraken