CRvB 7 september 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:2156

1) De Svb heeft de afwijzing van het verzoek om mee te werken aan regularisatie kunnen handhaven. Geen bijzondere omstandigheden om aan regularisatie mee te werken. 2) Appellant heeft opnieuw heeft verzocht om over de periode 1 januari 2010 tot en met 30 april 2010 een regularisatie overeenkomst te sluiten, welk verzoek opgevat dient te worden als een herhaalde aanvraag als bedoeld in artikel 4:6 van de Awb. Geen nieuw gebleken feiten of gewijzigde omstandigheden. 3) Afwijzing van het verzoek om mee te werken aan regularisatie over de periode 1 mei 2010 tot en met 31 december 2010. In deze periode was op de situatie van appellant de tussen België, Duitsland, Frankrijk, Luxemburg en Nederland gesloten Rijnvarendenovereenkomst (Stcrt. nr. 3397 van 25 februari 2011, als gerectificeerd in Stcrt. nr. 3397 van 7 maart 2011) (Rijnvarendenovereenkomst) van toepassing. De feiten in deze periode zijn dezelfde als de feiten waarover de Raad op 22 november 2018 uitspraak heeft gedaan met betrekking tot het jaar 2011. De Svb heeft op goede gronden geweigerd een regularisatieovereenkomst te sluiten voor 2011. Er bestaat geen aanleiding hier anders over te oordelen met betrekking tot de periode hier in geding. 4) Schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken